hoofd

anbi

Transparantie? Klik op logo.

 

Sponsor

SponsorKliks, gratis sponsoren!

Artikelindex

Deze meest noordelijke eilandengroep van Indonesië grenst aan de Filippijnen. De eilandjes, die ver verwijderd zijn van de toeristische centra, vormen met hun hagelwitte stranden en prachtige koraalriffen een waar paradijs voor degenen die in het voetspoor van Robinson Crusoë willen treden. Hou er wel rekening mee dat je hier iets minder eenzaam als Robinson zal zijn. Je bent de hele dag studieobjekt van de lokale bevolking, die nog maar zelden orang barat heeft gezien.
Sangihe-Talaud bestaat eigenlijk uit 3 groepen eilanden: Siau en Tahulandang, Sangihe en Talaud. Er zijn 77 grote en kleine eilanden,waarvan 56 bewoond worden. De hoofdstad is Tahuna,gelegen op Sangihe. De naam Sangihe is waarschijnlijk afgeleid van 'Sang' en 'Ir' wat water betekent. Talaud betekent volgens sommigen 'land', volgens anderen 'niet ver' of 'zeevolk'. Neem bij een bezoek aan deze eilanden gaat zoveel mogelijk zaken mee waarvan je vermoedt dat ze moeilijk te krijgen zullen zijn.

Geografie

In het betrekkelijk kleine district Sangihe-Talaud liggen 4 van de 11 actieve vulkanen van Sulawesi. Dit zijn de Api Siau, de Ruang, de Awu en de Bonua Wuhu. Vooral de energieke Api Siau boezemt de eilandbewoners angst in.

Geschiedenis

vocschipDoor de eeuwen heen heeft de eilandengroep als geografische brug tussen Indonesië en de Filippijnen ervoor gezorgd dat er nauw contact was tussen volkeren van beide landen. Voor de komst van de Nederlanders stonden de eilanden, net als de rest van noordoost-Indonesië, onder invloed van Ternate. In een tussen 1512 en 1515 door de Portugese historicus Pires geschreven verslag over Oost-Azië wordt het eiland Siau voor het eerst genoemd. Het voorzag toen de Molukken van rijst.
Siau werd ook bezocht door de vloot van de Spaanse kapitein Magelhaes, tijdens de eerste tocht rond de wereld. Nadat Magelhaes in 1521 in de Filippijnen gestorven was ging zijn bemanning op zoek naar een route van de Filippijnen naar de specerijeneilanden. Als eerste kwamen ze de kleine Kawio-archipel tegen, en vervolgens meerde de vloot aan bij het eiland Sangihe. Volgens Pigafetta, die het verslag over de reis heeft opgetekend, was dit eiland erg mooi. Het werd bestuurd door 4 koningen. Hiervandaan zeilden ze via Kalama, Kanakitang, Para, Sanggeluhang en Siau door naar Ruang. Na Ruang zette de vloot koers naar het zuidoosten, zonder het vasteland van Sulawesi, dat slechts 80 km verderop lag, gezien te hebben.

In 1614 sloot een vorst van het eiland Siau een vriendschapsverdrag met de VOC. Diezelfde vorst sloot 10 jaar later echter een zelfde verdrag met de Spanjaarden, de grootste vijand van de Nederlanders.
In 1677 werd het eiland Sangihe door de Nederlanders bezet. Kort daarop begonnen missionarissen in het gebied met het bekeren van de bevolking. Ze slaagden er in de bevolking, die vanwege de Ternataanse overheersing al contact met de islam hadden gehad, voor het christendom te winnen. Nadat de Nederlanders de eilanden een tijd lang links lieten liggen, werden ze in de 18de eeuw bestuurlijk samengevoegd.
In 1825 kwamen de eilanden onder het bestuur van Manado te staan. De Nederlanders stimuleerden de eilandbewoners tot de teelt van kopra en nootmuskaat. Hoewel deze produkten zonder veel problemen in Manado en Ternate afgezet konden worden, was het nadeel dat de eilandbewoners te afhankelijk van deze handel werden. De vorige eeuw hebben veel eilandbewoners door het gebrek aan werk het gebied verlaten om in Noord- en Midden-Sulawesi, de Molukken, of zelfs de Filippijnen te gaan werken.

Flora en Fauna

Al voor 1920 waren de eilanden, met uitzondering van Karakelang, in cultuur gebracht en grotendeels ontdaan van regenwoud. Het landschap wordt tegenwoordig gedomineerd door uitgestrekte nootmuskaatplantages.
Vanwege deze grootschalige ontbossing zijn een groot aantal zeldzame diersoorten uitgestorven. De blauwrode papegaai is waarschijnlijk al uitgestorven op Sangihe, maar komt nog wel op Karakelang voor. Zeer zeldzaam zijn ook de Sangihe hangende papegaai (Loriculus catamene), de elegante zonnevogel (Aethopyga duyvenbodei) en de Talaud ijsvogel (Halcyon enigma). De laatste is een bosijsvogel, die iets langere poten heeft als de gewone ijsvogels. Eind 1996 heeft een gezamenlijke expeditie van de universiteit van Sam Ratulangi en de Britse York-universiteit een vrouwelijk exemplaar van de caerulan paradijsvliegenvanger (Eutrichomyias rowleyi) op het eiland Sangihe aangetroffen. Deze blauwgrijze vogel met een baard was daar niet meer gezien sinds 1978.


Bevolking

In 1990 telde de eilandengroep ruim 260.000 inwoners. De eilandbewoners leven in tegenstelling tot hun rijstetende zuiderburen voor een groot deel van sago.

Religie

In 1568 werden de eerste inwoners van de archipel tot het christendom bekeerd. In dat jaar doopte de Jezuiet Diego de Magelhaes een groot aantal families op Siau. Zijn bekeringswerk werd voortgezet door pater Mascarenhas. Ook de Nederlanders waren zeer succesvol in het bekeren van de bevolking van de eilanden. Tegenwoordig is 90 procent van de bevolking christelijk.

Gebruiken

Net als de andere bevolkingsgroepen van de archipel hechtten ook de inwoners van deze eilandengroep veel waarde aan eeuwenoude tradities en de daarbij behorende ceremonies. De menahulending-ceremonie wordt opgedragen aan eenieder die zich nuttig voor de gemeenschap heeft gemaakt, en wordt zowel voor de vroedvrouw als de gouverneur uitgevoerd. Deze ceremonie vindt ook tijdens de bruiloft plaats. De menulude-ceremonie wordt ieder jaar rond het einde van januari gehouden om de goden voor de oogst te danken. De ceremonie biedt de mogelijkheid om als toerist getuige te zijn van de bijzondere traditionele dansen van de eilandengroep. Meestal worden dan krijgsdansen als de salo en de bengko opgevoerd. Informeer bij de VVV in Manado in welke plaats deze ceremonie plaatsvindt, aangezien dit van jaar tot jaar verschilt.

Dans en muziek

Een aantal traditionele dansen van de eilandengroep hebben duidelijk Spaanse invloeden in zich, en lijken veel op dansen uit de Filippijnen. Verschillende dansen beelden oude verhalen en legendes uit. De mendunde gaat over de legende van 9 nimfen en een jonge man die Medinde heet. De toumatiti verhaalt over de geschiedenis van prinses Toumatiti. De meeste van deze dansen werden in vroeger tijden in het paleis van de koning uitgevoerd. De dansers moesten altijd oneven in aantal zijn en met minimaal 7 personen een dans uitvoeren, inclusief de 'pangataseng', de leider. De alabadiri beeld de samenwerking tussen de regering en het volk uit. Ook het winnen van kopra heeft zijn eigen moderne dans, de kalumpang. De dansen worden meestal begeleid door 'musik bambu' of het voor de eilanden typische 'oli-oli' orkest. Dit orkest bestaat uit de oli (een blaasinstrument van bamboe), de sasasaheng (een drum), de arababu (een soort viool), de bansi (een fluit) en de salude (een bas)


Economie

De bevolking houdt zich hoofdzakelijk bezig met de koprateelt. Net als in de overige delen van de provincie wint dit meer en meer terrein ten opzichte van de verbouw van kruidnagels en nootmuskaat. Slechts een relatief weinig eilandbewoners houden zich bezig met de visvangst. Een deel van de bevolking is door gebrek aan werk op de eilandengroep werkzaam op het vasteland van Sulawesi.

Souvenirs

De eilandengroep staat bekend om haar fraaie houtsnijwerk uit ebbehout. Fijn borduurwerk komt van het eiland Batunderang in Sangir Besar.

Transport

Over het water. Het noordelijkste eiland avn de archipel is slechts 150 km verwijderd van Minandao. De Pelni vaart tussen Sangihe-Talaud en de Filipijnen. Het Pelni-schip de KM Tilongkabila vaart eens per 2 weken de route Bitung (bij Manado) - Siau - Tahuna (Sangihe Besar) - Lirung (Salibabu) - Davao Tahuna - Siau - Bitung. Vertrek op maandag om 23.00 uur vanuit Bitung, aankomst in Lirung op dinsdag om 21.00 uur, terug in Bitung op woensdag om 21.00. Minder comfortabele schepen onderhouden dagelijks het traject Manado - Buhias (Tagulandang) - Siau Ulu(Siau) - Tahuna - Lirung - Beo (Karakelang) v.v. Buiten Pelni heeft de maatschappij Pan Marine de snelste en beste bootdienst op het traject Manado - Siau - Sangihe.

Door de lucht. De 2 vliegvelden van de archipel, Naha op Sangihe Besar en Melanguane op Karakelang onderhouden vluchten met elkaar en met Manado. Vanuit Manado wordt dagelijks op Naha gevlogen. Deze worden door Merpati uitgevoerd met een Cassa en helaas vaak geannuleerd.


Pulau Tahulandang 

 

Rond dit eiland liggen prachtige koraalriffen. Vanaf Buhias, de grootste plaats van het eiland varen boten naar het noorden en het zuiden.

Pulau Makalehi

De bewoners van dit eiland leven nog altijd volgens een zeer strenge adat. Vanwege deze bijzondere tradities promoot het lokale bestuur van Siau het eilandje als toeristische attractie. Makalehi heeft verder een meertje en een grot die vroeger als begraafplaats heeft gediend en waar nog altijd eeuwenoude schedels en botten liggen.

Vanaf Ondong kun je in 2 uur naar het eilandje Makalehi in het westen varen. Boten voor maximaal 8 passagiers zijn per dag te huur. Om bij de verafgelegen onderzeese vulkaan bij Mahengetang te komen moet je bijna het dubbele betalen.

Pulau Mahoro

Dit onbewoonde eilandje, gelegen ten oosten van Siau, heeft het mooiste koraal van de Siau-eilandengroep. Je kunt vanuit Siau Ulu een prauw charteren. Laat dit eventueel door de familie Mohede in Siau Ulu regelen. Het eiland heeft net als de overige onbewoonde eilandjes geen zoetwater, neem dus naast voedsel voldoende water vanuit Siau mee.

Eilandjes tussen Siau en Sangihe

De eilandjes Para, Salangkere, Mahengetang, Kahakitang en Kalama zijn stuk voor stuk bounty-paradijsjes. Het koraal rond de eilandjes is nog grotendeels onaangetast. Vooral rond Kalama en Mahengetang schijnt de onderwaterwereld van wereldklasse te zijn. Als klap op de vuurpijl komt hier nog eens de onderzeese vulkaan bij Mahengetang bij. Op de eilandjes kun je overnachten bij de lokale bevolking. Laat het dorpshoofd voor onderdak zorgen. Boten naar deze eilandjes zijn het makkelijkst vanaf Tamako op Sangihe te charteren.

Pulau Salibabu

Dit eiland heeft een aantal zeer mooie strandjes. Op Salibabu worden siervoorwerpen van kayu hitam (ebbehout) gemaakt.

Lirung

Lirung is de grootste plaats op Salibabu. Op 10 minuten varen vanaf de plaats liggen de eilandjes Sara Besar en Sara Kecil. Beide zijn onbewoond en dus ideaal voor Robinson Crusoe-achtige avonturen. Vooral de stranden van Sara Besar zijn witter en schoner als die van de Zwitser. Sara Kecil heeft echter het beste koraalrif.

Penginapan Sederhana en Penginapan Chindy zijn vergelijkbaar. De boot naar Tahuna op Sangihe doet er 10 uur over.

Dutch Afrikaans English French German Indonesian Portuguese Spanish